+31 6 14 890 474

Archief voor de categorie coaching

Multipotentialieten

Waarom wordt ons als kind de vraag gesteld wat we later willen worden? En waarom is die vraag naar dat ene de focus van menig loopbaantraject? Dat is de vraag waar Emilie Wapnick bij stilstaat in deze TED-talk en het is een talk naar mijn hart.

Deze vraag suggereert dat je in je leven één specifieke loopbaan behoort te kiezen. Dat je je roeping moet vinden. Dat het belangrijk is een goede keuze te maken om succesvol te zijn. Ik denk niet dat alle vragenstellers dat persé bedoelen, maar het is wel de onderliggende verwachting waaraan je van kinds af aan wordt blootgesteld.

Wat nu als je meerdere heel verschillende talenten hebt? Wat nu als je zowel goed bent in websites bouwen als in mensen coachen? Moet je dan kiezen? Nee, zegt Emilie Wapnick. Zij houdt een prachtig pleidooi voor “multipotentialites”; mensen die meerdere talenten hebben en die tegelijkertijd of opeenvolgend tot bloei brengen. En multipotentialieten hebben ook “super powers”! Ze noemt de volgende:

  • synergie tussen je verschillende ideeën (talenten)
  • snel leren
  • aanpassingsvermogen.

Alledrie vermogens die in deze tijd uitstekend van pas komen.

In mijn coachingspraktijk voor hoogbegaafden is dit thema veelvoorkomend. Veel hoogbegaafden vinden het lastig een loopbaan te kiezen, omdat ze meerdere talenten hebben, snel leren (en snel vervelen) en breed geïnteresseerd zijn. Het is vaak een enorme opluchting om de overtuiging te kunnen loslaten dat je moet kiezen. Om vervolgens te gaan verkennen hoe je je passies kunt gaan combineren (parallel of integraal).

Boek: Ingeborg Bosch – Onze liefde

De ondertitel luidt: “Hoe elkaar (terug) te vinden en niet (meer) kwijt te raken”. Een boek waarin Ingeborg Bosch, de ontwikkelaar van de Past Reality Integration-therapie, vanuit de bril van PRI kijkt naar de liefdesrelatie. Een logisch en mooi boek, omdat het redeneert vanuit het kader dat je alleen aan de relatie kunt werken door aan jezelf te werken:

Een van de grootste problemen in relaties is dat we de neiging hebben om de oorzaak van onze eigen nare gevoelens op onze partner te projecteren. Zij deed dit. Hij deed dat. En ga zo maar door. Het is natuurlijk ook echt heel moeilijk om steeds eerst binnen in jezelf te kijken wanneer je je boos, verdrietig of slecht voelt. De manier waarop wij mensen functioneren is nu eenmaal sterk gericht op wat zich buiten onszelf afspeelt en buiten onszelf zien we al die andere mensen, en vooral onze partner, wel of juist niet doen wat de wij zouden willen. In plaats van ons af te vragen wat er aan de hand is met onszelf, en waarom het zo moeilijk kan zijn om te gaan met wat de andere persoon, in onze perceptie, doet, gebruiken we vaak ‘zij moet veranderen’-strategie.”

Ingeborg Bosch stimuleert je om van perspectief te veranderen.

We moeten stoppen met buiten onszelf te kijken wanneer we ons ergens slecht over voelen. Laten we eerst naar binnen kijken. Alleen door naar binnen te kijken kunnen we er écht achter komen waarom we ons slecht voelen”.

Het is dezelfde boodschap die ook Otto Scharmer in zijn Theory-U uitdraagt: “Turn the camera back on yourself“.

Misschien is het wel het belangrijkste inzicht dat ik ooit heb gekregen, omdat het kan leiden tot duurzame verbetering van verbinding tussen mensen, als we allemaal deze verantwoordelijkheid nemen. Het is verrekte moeilijk, maar het is volgens mij de  weg naar vrede .

In het boek werkt Ingeborg Bosch verder uit hoe je in relaties elkaar kunt helpen naar jezelf te kijken, wat je zoal kunt tegenkomen als je een kijkje binnenin neemt en geeft ze ook een aantal praktische oefeningen voor stellen.

Wat mij ook aansprak is haar model om naar de verschillende aspecten van een relatie te kijken: ziel, mentaal/emotioneel, lichamelijk en levensfilosofie. Dat komt weer overeen met de vier dimensies van je authentieke zelf, waarmee ik in mijn coachingspraktijk werk en dat gebaseerd is op het model van mijn leerschool van Pioniers in Authentiek Leiderschap, ontwikkeld door Paulien Assink.

Zo komt alles weer samen en is er misschien toch een waarheid, van waaruit we kunnen werken en redeneren…

Eenderde van hoogbegaafden zit werkloos thuis

Uit onderzoek van het Instituut Hoogbegaafdheid Volwassenen (IHBV) blijkt dat veel hoogbegaafden hun talenten niet kwijt kunnen op de werkvloer. Dat is nogal een heftige uitkomst, vind ik. Dat zijn veel mensen met ideeën en creativiteit die dat niet helemaal benutten. En dat heeft impact op hun welzijn. Goed dat het IHBV dit soort onderzoek doet!

Uit mijn meer kwalitatieve onderzoek valt mij op hoe moeilijk het voor hoogbegaafden is om waarderend over hun eigen vermogens te spreken. In een land waar je je hoofd beter niet boven het maaiveld kunt uitsteken, ervaren hoogbegaafden hun mogelijkheden soms eerder als iets lastigs dan iets moois. Iets waarover je beter kunt zwijgen. Daar zit volgens mij ook een deel van de oplossing. En dat is waarom ik in mijn coachingspraktijk voor hoogbegaafden focus op “heel goed worden in waar je goed in bent”. Dat hoogbegaafden zich positief verhouden tot wie ze zijn en wat ze kunnen. Dat zijn mooie trajecten, die een bevrijdende werking kunnen hebben omdat mensen mogelijkheden gaan zien in plaats van belemmeringen.

Dit kwalitatieve onderzoek bestaat overigens uit het voeren van gesprekken over de meerwaarde van hoogbegaafdheid en uit coachingsgesprekken met individuele hoogbegaafden sinds 2012.

U.LAB – online and offline course

With 35.000 people we started the online course on Theory-U by MIT-team. All these participants meet in local groups all over the world (182 countries) to practice and to engage in dialogue. I am with a group of great people in Frankfurt. Impressive and promising!
Central questions today: What do you sense is ending in today’s world? What do you sense is emerging? What is our common intention for this course/ what can we accomplish?
The most impressive moment for me were the minutes of sensing of our common intention together. Minutes of silent togetherness with all participants. It moved me.

12032015_10153580564203382_5508043013664134682_n

U.Lab_Wall_20150917_Black_800

Gehechtheid aan jouw verhaal

Deze korte tekst van Paul Ferrini raakte me bijzonder en daarom deel ik ‘m.

 

Attachment to your Story

You are free to be responsible for your life right now, but do you want to be?

Are you ready to give up your attachment to your story?

The problems you perceive in your life are projections of the internal conflict: “I want but I cannot have.”

If you would allow yourself to have what you want, or if you would stop wanting it, this conflict would cease.

Your story of “seek but do not find” would be over.

Be honest with your self.
Are you willing to give up the drama?
Or has your pain, your scarcity, your need to fix or be fixed become part of your personality?

Has your story become your identity?

If not, let the past dissolve right here, right now.
Be totally responsible for what you choose.
There are no more excuses.

Compassie ‘doen’

compassiedoenIemand die ik coach vroeg me een tijd geleden: “Hoe dóe je nu compassie?” Dat is een boeiende vraag, waar ik nu al wekenlang op aan het kauwen ben. Hoe doe ik dat eigenlijk? Wat is compassie eigenlijk?

Om met dat laatste te beginnen. Compassie is de ander zien en nemen zoals hij is en kunnen meevoelen met de ander. Je voelt niet precies hetzelfde als de ander, maar kunt je erin verplaatsen. Daarbij komt Compassie voelen ook dichtbij empathie; de vaardigheid om je in de ander te verplaatsen. Compassie is voor mij echter meer en dat heeft te maken met het zien en accepteren van de ander zoals hij is. Ik zie de ander met alles erop en eraan, alles wat leuk is en ook wat lastig is. Ik houd mezelf niet voor de gek door het beeld dat ik van de ander heb op te poetsen of wazig te maken. Gewoon onder ogen zien wat er is.

Ik merk dat hoe meer mensen ik leer kennen hoe gemakkelijker ik compassie voel. Door het steeds groter aantal levensverhalen dat ik hoor, is mijn overtuiging gesterkt dat iedereen een boeiend verhaal heeft waarom hij is zoals hij is en groeit compassie vanzelf.

Dus compassie is de ander helemaal zien. En dan nu “compasssie dóen”. Dan gaat het over compassie in de interactie met de ander. En dan niet de interactie met leuke gezellige mensen, maar juist met die persoon waarmee het stroef kan gaan. Een voorbeeld waarbij ik zelf het “compassie doen” intens heb ervaren was de volgende situatie:

Ik was uitgenodigd voor een lastig gesprek met iemand die bekend stond om zijn unfaire bejegening. Ik kende hem goed, mocht hem erg graag en hij had mij nooit unfair bejegend. We zaten aan tafel met een spannend onderwerp op tafel. Na wat inleidende zinnen koos mijn gesprekspartner tot mijn verrassing een harde aanvallende aanpak. Hij dreef me in de hoek en ik realiseerde me dat ik voor een keuze stond: terugvechten of compassie doen. Ik besloot goed te gaan zitten, diep adem te halen en níet mee te gaan in het vechten. Terwijl ik praatte – ik weet niet meer wát ik zei – straalde ik uit dat ik weer met de “gehele” persoon wilde spreken en niet alleen met het boze deel. En tot mijn verbazing boog het gesprek weer in het gezamenlijk onderzoeken wat er aan de hand was en hoe we het zouden oplossen, in plaats van de aanval. Het was een wonderlijke ervaring.

Uit deze en andere ervaringen leid ik af dat “Compassie dóen” de volgende elementen in zich heeft:

  • Oprechte interesse in de ander, willen weten hoe het zit en wat de ander beweegt.
  • Jezelf naast de ander plaatsen – niet erboven en niet eronder
  • De emoties van de ander zien en respecteren, maar er niet automatisch in meegaan
  • Bij jezelf blijven – voor mij helpt daarbij rechtop zitten, voeten stevig op de grond, ontspannen armen en vingers en mijn buik ruimte geven om te openen (volgens mij zit compassie namelijk in de buik)
  • Steeds bij jezelf blijven nagaan wat je wil – in het hier en nu.

Tot slot een mooie uitspraak van Paul Ferrini over “compassie doen”.

 

Compassion

Your compassion arises
when your ability to love
no longer depends
on how others treat you.

 

Boek: Ongekend hoogbegaafd van Jacqueline Lucas

In 13 portretten van hoogbegaafden geeft Jacqueline Lucas een inkijk in hun levens. Kenmerkend is wel dat bijna al hun schoolcarrières moeizaam zijn geweest. Van haast autistisch terugtrekgedrag tot heel sociaal gezellig lanterfanten, maar niet echt leren leren. Veel hoogbegaafden voelen zich zo onbegrepen dat ze sterk aan zichzelf gaan twijfelen. “Ben ik wel normaal?”, “Snap ik het nu niet, of de anderen?” en “Laat maar, ik regel het wel zoals het mij uitkomt”. In het boek komt ook veel eenzaamheid voor, inclusief echtscheidingen. Ook op het werk kan hoogbegaafdheid niet altijd tot volle wasdom komen. Bijvoorbeeld een hoogleraar die zijn hoogbegaafde AIO zegt te stoppen met zijn onderzoek omdat wat hij doet zo moeilijk is dat zijn collega’s het niet zouden begrijpen…
Gelukkig ontstaan er ook relaties die wel werken. Tussen hoogbegaafden bijvoorbeeld die elkaar bij Vereniging Mensa ontmoeten en zich (eindelijk) begrepen voelen. Het mooie van het boek vind ik de innerlijke kracht van de geportretteerden om uit de lastige situaties omhoog te klimmen. Soms komt er een dikke vette crisis aan te pas, maar ze vinden een pad in het leven waarop ze hun talenten kwijt kunnen.
Omdat ik mijn coachingspraktijk ook expliciet opstel voor hoogbegaafden, lees ik veel over het onderwerp. Dit boek vind ik bovengemiddeld inspirerend omdat je een inkijkje gegund is in hun levens en daar kan een theoretische verhandeling nooit aan tippen. Aanrader!